NSV! Nationalistische Studentenvereniging - NSV.be

  • Registreer
    *
    *
    *
    *
    *
    Fields marked with an asterisk (*) are required.
Vlaams
Vlaams
België draait vierkant, tijd voor Vlaamse onafhankelijkheid!
Rechts
Radicaal
Wij zijn dwaas noch slaafs geboren, daarom staan wij hier... REBEL
Studentikoos
Studentikoos
Student zijn: dat wordt men niet, Student zijn: dat leert men niet!

Volg ons nu ook via:

FacebookYouTubeNetlogTwitter

Word nu lid!

wordlid-nieuw

Komende activiteiten

Webwinkel

De winkelwagen is leeg

Historische schets van de NSV!

E-mail Afdrukken

't Was op 'n nacht in de maand april
D'r was geen enk'le gardevil,
Maar een troep Walen
Was rond aan't dwalen
In de Parijse straat
Bij d'Hallezale
Daar viel er één een Vlaming aan
Om met zijn pet op loop te gaan.

De NSV mag oprecht een Vlaamse Studentenbeweging genoemd worden, niet enkel omdat ons werkingsterrein Vlaanderen bestrijkt, maar ook omdat we er een Vlaamse ideologie op nahouden. Maar, de NSV heeft niet altijd bestaan en is evenmin zomaar uit het niets ontsproten. Geen enkele studentenbeweging trouwens. Voor dit ontgroeningstaakje ben ik er de geschiedenisboeken eens op nagegaan om uit te pluizen hoe de Vlaamse, in deze betekenis Vlaamsgezinde, studentenbeweging tot stand kwam.

Aanvankelijk was de studentenbeweging een katholieke aangelegenheid met als vaste waarde een uiting van het streven naar een Vlaamse ontvoogding. In de 19e eeuw werd wel een poging ondernomen een liberale, vrijzinnige studentenbeweging op poten te zetten, maar na WO I werden de boeken reeds gesloten.

Centraal in dit werkje staan de katholieke Vlaamse studentenbewegingen en de verenigingen die in de lijn van deze katholieke nationalistische traditie verder werken. Daarbij wordt de aandacht vooral gericht op de Leuvense studentenbeweging en dit omdat de KUL lange tijd de grootste en enige katholieke Nederlandstalige universiteit in Vlaanderen was.

De Vlaamse studentenbeweging voor 1940
De NSV-betogingen tonen het steeds maar duidelijk aan: waar studenten zijn, is er actie. Links, rechts, anarchistisch, nationalistisch, communistisch,... alle strekkingen kwamen op straat om hun ideologie kenbaar te maken aan de buitenwereld. Dat dit geen recentelijk verschijnsel is, maar reeds eeuwen een traditie is bij studenten kunnen we opmaken uit wat onze geschiedenisboeken ons vertellen. Ze vertellen ons over de middeleeuwse vaganten - rondreizende studenten - die zich kenmerkten door een soort antiburgerlijk en revolutionair vrijheidsbegrip en bijgevolg revolteerden tegen de wereldlijke en kerkelijke machten. Later (vanaf de Verlichting), werd dit alles meer en meer politiek getint, waardoor de klemtoon kwam te liggen op de directe actie.

De oorsprong en het idee van de studentenbeweging kunnen we meer recent bij de Duitse Burschenschaften gaan zoeken. Duitse studenten verenigden zich om het vaderland te bevrijden van de Napoleontische overheersing en om het tevens te democratiseren. Studenten in heel Europa raakten in de ban van hun romantische en nationalistische ideeën en tradities die tenslotte ook Vlaanderen bereikten. Toch kunnen we stellen dat er van een rechtstreekse Duitse invloed op het ontstaan van de Vlaamse studentenbeweging geen sprake is.

De Vlaamse Beweging die vooral een aangelegenheid van taalminnaars was maar zich later ook ging bezighouden met sociale en politieke problemen vormde hèt grote voorbeeld voor de Westvlaamse Albrecht Rodenbach.
In 1870 ontstond aan het Klein Seminarie te Roeselare met Rodenbach als voornaamste woordvoerder, de Blauwvoeterij die de voornaamste impuls gaf voor de doorbraak van een eigenlijke studentenbeweging. De sterk anti-liberaal getinte en katholieke beweging stond voor het behoud en de herleving van de eigen Vlaamse aard en zocht hiervoor inspiratie in het romantische beeld van Vlaanderens grootheid in het verleden. Met zijn typische symboliek (bvb. de mythologische stormvogel, de Blauwvoet), gedichten en liederen (o.a. Het Lied der Vlaamse Zonen) werd een nieuwe jeugdcultuur in het leven geroepen. Na zijn humaniora te Roeselare voltooid te hebben, trok Rodenbach naar Leuven waar hij met zijn tijdgenoten zijn Vlaamsgezinde actie verder zette. Samen met Pol De Mont riep hij in 1877 een algemeen Vlaamse studentenbond in het leven waarin alle Vlaamsgezinde studenten, leerlingen en seminaristen verenigd werden.
Deze studentenbond was echter geen lang leven beschoren; na Rodenbachs' vroegtijdige dood in 1880 viel hij reeds uiteen.

Met Rodenbachs' Blauwvoeterij werd het definitieve startschot voor de studentenbeweging in het algemeen gegeven en in Leuven werkte de flamingantische bezieling van de Blauwvoeterij verder door.

In 1890 werd het Katholiek Vlaams Studentenverbond (KVSV) opgericht dat even later alweer ophield te bestaan, maar een derde poging tot het oprichten van een Vlaamse studentenvereniging bleek met de oprichting van het Algemeen Katholiek Vlaams Studentenverbond (AKVS), een succes te zijn. De verschillende pogingen om in Leuven alle Vlaamse studenten te overkoepelen, werd in 1902 voltooid met de oprichting van het Vlaams Verbond, later het Katholiek Vlaams Hoogstudentenverbond (KVHV). De scholierenbeweging enerzijds en de studentenbeweging anderzijds vulden elkaar perfect aan waardoor vele jongeren reeds als flamingant aan de Leuvense universiteit toe kwamen en zich aansloten bij het KVHV.

Een typische karakteristiek van de katholieke Vlaamse studentenbeweging was het spanningsveld tussen vorming en actie en na 1880 trad de taalpolitieke actie meer op de voorgrond. Ook in Leuven veranderde heel wat in 1880; er kwam een evolutie in de sociale samenstelling van de studentenbevolking die tot op dat ogenblik hoofdzakelijk bestond uit zonen uit de meer begoede -dus Franstalige- kringen. Steeds meer Vlaamse studenten van kleinburgerlijken huize, met bijgevolg het Nederlands als omgangstaal, kwamen naar de universiteitsstad. In een streven zich te onttrekken aan het uitsluitend Franstalige studentenleven, gingen ze zich verenigen op regionale basis in clubs en gilden. Dit betekende het startschot van een volwaardige uitbouw van het Vlaamse studentenleven te Leuven.

De Vlaamse studentencultuur onderscheidde zich van de Franstalig-Belgische (later Waalse) door zijn Vlaamse strijd en door zijn grote liederschat (die er kwam onder Duitse invloed). Om zich nog meer te affirmeren tegenover de Waalse studenten, werd er in 1907 (naar Duits model) een eigen Vlaamse studentenpet ingevoerd. Het groeiend zelfbewustzijn aan Vlaamse kant leidde tot verzet tegen de monopoliepositie van het Frans in de Sociéte Générale des Etudiants, de toenmalige studentenkoepel te Leuven, wat leidde tot de koepelorganisatie op federatieve basis werd heringericht.
De Franstalige studenten verenigden zich in de Fédération wallonne, de vijf Vlaamse gouwgilden sloten zich aaneen in het Vlaams Verbond of KVHV. De Société Généeral was echter geen lang leven beschoren waardoor Vlaamse en Franstalige studenten voorgoed hun eigen weg konden gaan. Tot halverwege de 20e eeuw bleef de Vlaamse studentenbeweging te Leuven voortgaan op het zelfde élan: aan de basis regionale gezelligheidsverenigingen (clubs en gilden) die tevens het voetvolk leverden voor grote manifestaties en betogingen; aan de top een radicale kern, die bedrijvig was in het bestuur en studie -en vormingskringen van het overkoepelende KVHV en zo de strekking en werking van de beweging bepaalde.

Zoals iedere andere vereniging nood heeft aan een programma om haar werking in goede banen te leiden, zo heeft ook een studentenclub een programma nodig waarin de grote lijnen van de club worden geschetst. Frans Van Cauwelaert, die de karaktervorming van de studentenbeweging hoog in het vaandel droeg, werkte omstreeks 1900 te Leuven een pedagogisch programma uit. Het was volgens hem haar taak de jongeren op te voeden tot zelfbewust en wilskrachtige Vlamingen, zodat ze ook later actief zouden blijven in de Vlaamse Beweging. Er ontstond een breed opvoedingsprogramma van karaktervorming, geloofsverdediging en drankbestrijding dat volledig in functie stond van de Vlaamse heropleving.

Het cultuurflamingantisme kende te Leuven zijn hoogtepunt tijdens het eerste decennium van de twintigste eeuw onder de grote studentenleider Jef vanden Eynde (KVHV-praeses 1905-1907). Zijn bedoeling lag erin het Vlaamse studentenleven cultureel te verheffen als reactie op de heersende mentaliteit bij de Franstalige studenten die de ziekelijke neiging hadden alles wat Vlaams was als minderwaardig beschouwden. Hij richtte met zijn KVHV maandelijks tal van voordracht -, muziek -en toneelavonden in en hij leverde ook een belangrijke bijdrage voor de vernieuwing en de verheffing van het studentenlied. In 1908 echter liep de studententijd van vanden Eynde af; hij vertrok uit Leuven en de taalstrijd kon weer op het voorplan treden. In 1909 werd het KVHV ontbonden verklaard doordat de Vlaamse studenten bij de viering van de vijfenzeventigste verjaardag van de (heringerichte) universiteit de eis "Wij willen Vlaams op de hogeschool" scandeerden.
Doch, deze maatregel had weinig effect daar de gilden de Verbondswerking overnamen.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog bleef de Leuvense universiteit gesloten en ook een groot deel van Leuven werd door de Duitse troepen platgebrand. Heel wat studenten kwamen in de loopgrachten aan de IJzer terecht waar ze al gauw studiekringen en gebedenbonden oprichtten. Deze kringen werden gebundeld in het SKVH (Sekretariaat van de Katholieke Vlaamsche Hoogstudenten), maar de anti-flamingantische houding van het Belgicistische leger deed het SKVH weer even snel verbieden. Een nieuwe, clandestiene organisatie werd door de katholieke Vlaamse studenten en intellectuelen in het leven geroepen: de Frontbeweging.

Na de oorlog, in januari 1919 stak de Vlaamse studentenbeweging te Leuven terug van wal en ging ze verder op het zelfde vooroorlogse cultuurnationalistisch patroon. De uitgesproken nationalistische koers van het KVHV leidde tot spanningen met de Franstalige studenten en met de academische overheid en toen in april 1924 de Waalse student Gaby Colback na afloop van een Groot-Nederlands studentencongres de Vlaming Berten Vallaeys neerschoot was dit het begin van een escalatie die leidde tot de studentenrevolte van 1924-1925.

Het tekstfragment op de voorpagina van dit werkje is een deeltje van het verhaal van de wrede moord van Leuven. Het gehele verhaal is terug te vinden in onze codex (blz.268-271).

geschiedenis-betogingHet kwam tot bloedige "veldslagen" tussen Vlaamse en Franstalige studenten waarop de academische overheid in 1925 alweer een ontbinding van het KVHV inriep. Ook deze maal bleef het Verbond weer bestaan om in 1928 een nieuw hoogtepunt te bereiken naar aanleiding van de Bormsverkiezing.

Tot op de vooravond van de Tweede wereldoorlog werden nog tal Vlaamse verenigingen opgericht en kenden anderen hun ondergang. Ook het KVHV kampte met nog enkele pogingen tot ontbinding. Het zou me echter tè ver leiden op al deze feiten dieper in te gaan.

De Vlaamse studentenbeweging sinds Wereldoorlog II

De Tweede Wereldoorlog
Aan de vooravond van de Duitse inval kenmerkte het KVHV zich als een overkoepelende corporatie maar met een ideologische verdeeldheid. Aan deze toestand kwam snel een einde door het besluit van enkele studentenleiders een reorganisatie van het Vlaams studentenleven in te voeren. Het KVHV werd omgedoopt in het LSV (Leuvense Studentenverbond) dat sterk onder invloed kwam te staan van het Vlaams Nationaal Verbond (VNV) van Staf de Clercq.
Het LSV echter ging zich vanaf 1941-1942 uitdrukkelijk distantiëren van het VNV en nam opnieuw de naam KVHV aan.

De na-oorlogse periode (1944-1949)
Na de bevrijding groeide het KVHV alweer uit tot de grootste Vlaamse studentenvereniging te Leuven (2000 leden!) onder leiding van de nieuwe Verbondspraeses Carlos Gits. Die verwierp echter het politieke Vlaams-nationalisme van het vooroorlogse Verbond en deed bij de studenten het inzicht rijpen dat de toekomst van Vlaanderen in België lag. In de koningskwestie nam het KVHV zelfs een uitgesproken Leopoldistisch standpunt in waardoor de KVHV-politiek van loyauteit aan België steeds minder aanvaardbaar werd. Daarnaast ging de algemene malaise in de studentenwereld steeds zwaarder op het Verbond wegen. Vele studenten kenmerkten zich immers door een verregaande onverschilligheid, te wijten aan de algemene desillusie tijdens de oorlog en de repressie. Het gros van de studenten keerde het door tweedracht verscheurde KVHV de rug toe waardoor die haar dieptepunt bereikte met haar 200-tal leden tijdens 1948-1949.

Tot 1965 kende het KVHV tal van oprichtingen, heroprichtingen en ontbindingen van haar afdelingen in de Vlaamse studentensteden. Belangrijk was echter dat in het najaar van 1965 het KVHV-Gent ontbonden werd en dat haar plaats werd ingenomen door de Vlaams-nationale Studentenunie (VNSU). Die VNSU kende in de jaren 1996-1968 een ware bloeiperiode. De vereniging zette zich zeer actief in voor "Leuven Vlaams" en behaalde bij de algemene studentenverkiezingen aan de RUG in 1967 en 1968 prachtige resultaten (respectievelijk 30% en 40% van de stemmen).

De Vlaamse studentenbeweging sinds "mei 68"
"Mei 68" markeerde voor de Vlaamse studentenbeweging het einde van een periode van nagenoeg honderd jaar waarin de Vlaamse strijd centraal stond. Doordat het radicaal-democratische gedachtegoed nu ook in brede studentenkringen doordrong werd de transformatie mogelijk van de katholiek-flamingante studentenbeweging in een nieuw-linkse studentenbeweging, die tot ver in de jaren '70 een overheersende rol zou spelen.

De katholiek-flamingante stroming sprak sindsdien nog slechts een kleine minderheid van de studenten aan, dus als ik het verder in dit werkje nog heb over de Vlaamse studentenbeweging, dan bedoel ik daar specifiek de verenigingen mee die zichzelf hiervan nog als een erfgenaam beschouwden.

Linkse studentenverenigingen waaronder onder andere AMADA (Alle Macht Aan De Arbeider) en MLB (Marxistisch-Leninistische Beweging) betekenden felle concurrentie voor het KVHV en de VNSU. Het is dus ook meer dan begrijpelijk dat dit opnieuw verdeeldheid binnen de Vlaamse studentenverenigingen teweeg bracht. Zo kam in november 1968 de Gentse VNSU-praeses Vic Van Branteghem in conflict met zijn eigen praesidium waardoor hij oneervol uit de praesesfunctie ontslagen werd. Diezelfde dag nog richtte hij KVHV-Gent weer op. Onder Van Branteghem kende KVHV-Gent een zeer grote bloei terwijl de VNSU die jaren een zware crisis doormaakte.

geschiedenis-oprichtingIn die periode werd terug impuls tot heropleving van het flamingantisme gegeven door o.a. het Taalaktie Komitee (maart 1972). Al snel werd duidelijk dat er overal in de Vlaamse studentensteden TAK-afdelingen dienden opgericht te worden.
In Antwerpen richtte Piet de Pauw (TAK-leider) zich tot Edwin Truyens met het verzoek aan de universiteit aldaar een TAK-studentenafdeling op te richten. Truyens voelde daar wel wat voor en zocht contact met twee bestaande studentenorganisaties, nl. VNSU-Gent en KVHV-Leuven. Deze laatste vereniging liet hem weten dat er in Antwerpen een groepje studenten de mogelijkheid aan het onderzoeken was om er met een KVHV-afdeling van start te gaan.
Op 19 december 1973 werd het KVHV-Antwerpen onder leiding van Edwin Truyens officieel opgericht en in oktober 1974 werd de Vlaams-nationale opstelling van het Verbond verder verduidelijkt in twee punten:
de eis voor Vlaams zelfbestuur;
een internationale solidariteit in het kader van een echt volksnationalisme (dit kwam onder andere tot uiting in de solidariteitsacties met het naar zelfbestuur strevende Baskische volk).

Het streven naar Vlaams zelfbestuur werd extra onderstreept en later voegde men er aan toe dat het uiteindelijke doel erin bestond de Dietse volksgemeenschap te herenigen. Niet alle leden waren echter opgezet met die eis wat tot strubbelingen leidde binnen KVHV-Antwerpen. Uiteindelijk kwam het tot een breuk waardoor 2 groepen naast en vooral tegen elkaar werkten. Beiden beweerden KVHV-Antwerpen te zijn waardoor KVHV-nationaal scheidsrechter diende te spelen. De groep rond Truyens moest van naam veranderen wat Truyens als onaanvaardbaar beschouwde. Daarop besloten hij en zijn groep vrijwillig de structuur van het KVHV-Nationaal te verlaten en voortaan onder de naam KVHV-Antwerpen NSV hun eigen weg te gaan. De groep die het elitaire hoog in haar vaandel voerde liet al vlug de naam KVHV varen en ging voortaan als Nationalistisch Studentenvereniging (NSV) door het leven.

In dat jaar was ook KVHV-Gent aan een heroriëntatie toe. Het ging nu pleiten voor een "Volksnationaal socialisme" en de praeses, Freddy Seghers, sloeg een a-religieuze en antichristelijke richting in. Deze nieuwe oriëntatie schrikte heel wat traditioneel-katholieken en zeker de steundende en ereleden af, zeker toen de "K" bewust werd weggelaten uit de naam KVHV. Met deze nieuwe koers was KVHV-Gent de voorloper van de nieuw-rechtse heidense strekking, zoals men die later bij een deel van de NSV zou terugvinden. Het daaropvolgende jaar (1976-1977) stuikte het Gentse Verbond echter volledig in elkaar.

De jaren 1976-1979 kenmerkten zich door verdeeldheid in nationalistische rangen mede dankzij de linkse studentenverenigingen die van KUL en de VUB maoïstische bolwerken maakten. Trotskisten en de onafhankelijke linksen stonden vooral sterk in Gent. Als reactie daarop besloot KVHV-Leuven zich opnieuw sterker te gaan profileren. De wijnrode pet werd uit de mottenballen gehaald en met de organisatie in december 1975 van het eerste studentenzangfeest, knoopte het KVHV terug aan bij de aloude traditie van de grote studentikoze liederavonden.

Ook de NSV zou zich van meet af aan als een traditioneel-studentikoze vereniging manifesteren. In februari 1979 voerde zij een eigen studentenpet in: een kopie van de Verbondspet, maar in het grijs en tevens knoopte ze contacten aan met de Duitse Burschenschaften. De NSV bewees volop levensvatbaar te zijn en in 1977 werd Truyens voorzitter van NSV-Nationaal. Op datzelfde ogenblik was er namelijk een tweede afdeling tot stand gekomen te Hasselt en in 1978 werd NSV-Gent opgericht door oud-leden van het ter ziele gegane Verbond. Een poging om in de loop van dat jaar ook in Mechelen een afdeling op te richten, flopte. In oktober 1980 werd NSV-Leuven opgericht en een jaar later volgde een Brusselse afdeling.

geschiedenis-betoging2In 1981 ging de werking van VNSU-Gent grotendeels op in die van de NSV en de Volksunie-getrouwe vleugel zocht een onderkomen in de universitaire VUJO-afdelingen, de radicaal-nationalistische strekking ging steeds meer een alternatief zien in de NSV. Het opslorpen van VNSU-Gent was niet zonder belang;zo kwam NSV in contact met het Nationalistisch Jongstudentenverbond (NJSV) dat vooral in West-Vlaanderen actief was. Zij stelde zich tot doel de ideeën waarvoor de studentenvereniging ijverde te verspreiden onder de oudste leerlingen van het middelbaar onderwijs en tegelijk een voedingsbodem te zoeken voor de komende werking aan de universiteiten.

De doorbraak van NSV werd door extreem-links zwaar gecontesteerd en het stelde alles in het werk om te verhinderen dat deze vereniging spreekrecht kreeg aan de universiteiten. En dat voelen we nu nog steeds...

In de loop der jaren kende de NSV (net zoals iedere vereniging trouwens) zijn hoogtepunten en dieptepunten. Ook in Gent kenden we onze magere jaren, maar gelukkig werden die telkens opgevolgd door vette, bloeiende jaren.

Vandaag zijn we samen met het KVHV de voornaamste organisatie die in de lijn van de oude katholiek Vlaamse studentenbeweging wensen verder te werken. Daarbij laten wij ons vooral inspireren door de harde compromisloze nationalistische traditie binnen de oude studentenbeweging, gecombineerd met een uitgesproken rechtse maatschappijvisie. Dat we daarbij de klemtoon sterk leggen op actievoeren en dat we op ideologisch vlak steeds meer een compacte groep vormen, alsook er een hechtere band met de oud-leden op nahouden valt wellicht voor niemand van ons te betwijfelen!

Dat het zo mag blijven!

Vivat, crescat, floreat!

Rinus

 

Win 1400 pinten

Win 1400 pinten

Nationalisme.info

Nationalisme.info

Stop linkse taal...

Vlaams